Jan van Haasteren FAQ

Inleiding

Jan van Haasteren tekent al tientallen jaren, exclusief voor Jumbo, humoristische kleurrijke platen met veel detail.

De doorgewinterde fan zoekt in elke puzzel direct naar de haaienvin, hét handelsmerk van Jan. Maar er zijn meer kenmerken; Sinterklaas, de handjes, het kunstgebit en Jan’s zelfportret kom je ook bijna altijd tegen.

In de Jumbo collectie vind je tientallen Jan van Haasteren puzzels van 150 tot 5000 stukjes. Ieder jaar wordt de Jumbo collectie met nieuwe Jan van Haasteren puzzels uitgebreid.

Wil je op de hoogte blijven van de nieuwste puzzels van Jan van Haasteren? Schrijf je dan in voor onze Puzzel Club Nieuwsbrief of word fan van Jan van Haasteren Puzzels op Facebook.

 

Wie is Jan?

1936 De vroege jaren – kleine Johannes

24 februari 1936. Johannes wordt geboren in Schiedam. Hij is de oudste van de drie zonen van Haasteren. Vanaf het moment dat de kleine Jan een potlood vast kan houden, is hij dol op tekenen.

1945 Na de bevrijding – toekomstplannen

De oorlogsjaren in Schiedam zijn zwaar. Na de oorlog is Jan zo’n mager jochie dat hij door het Rode Kruis naar Engeland wordt gestuurd om aan te sterken bij een pleeggezin. Met succes: als hij vier maanden later terugkomt in Nederland weegt hij twee maal zoveel! Op de Ambachtsschool in Schiedam wil hij het vak van huis- en decoratieschilder leren. Bijkomend voordeel is dat het diploma van de opleiding goed is voor toelating op de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam. Jans rapport zegt genoeg over zijn talent en toekomstplannen: voor alle vakken een 6-je, een 9 voor tekenen en een 8 voor vlijt en gedrag.

1950 (1) De jaren ’50 – Penseel- en andere streken

Op advies van zijn vader volgt Jan aan de kunstacademie de opleiding Publiciteit & Reclame. ‘Met tekenen en schilderen kan je later geen boterham verdienen, dat is armoe’, is de overtuiging van zijn vader. De opleiding duurt vier jaar. Jan valt op door zijn talent én zijn streken. Hij speelt ‘Sleuteltjeplof’  in de fietsenkelder of klimt door een luik in het plafond om al kruipend over zolder een andere klas te bereiken. Met zijn klasgenoten zit hij vaak bij de directeur. Ondanks zijn neiging tot kattenkwaad slaagt Jan met vlag en wimpel en heeft hij direct twee aanbiedingen voor werk op zak.

1950 (2) De jaren ’50 – Snuffelen aan strips

Na kort gewerkt te hebben bij het kleine reclamebureau J. Grijseels in Rotterdam moet Jan in militaire dienst. Na zijn diensttijd keert Jan terug bij Grijseels, maar al snel stapt hij over naar een groter reclamebureau, Nijgh en Van Ditmar. Daar ontmoet hij de heer Van Delden, die Jan vraagt om in de weekenden mee te werken aan zijn dagelijkse strip ‘Smidje Verholen’. Zo zet Jan de eerste stappen in het vak van striptekenaar.

1960 De jaren ’60 – De smaak te pakken

Jan heeft de smaak van het striptekenen te pakken en verruilt de reclamebranche voor Marten Toonder Studio’s. Hij begint onderaan, op de animatieafdeling, maar schuift al snel door naar de stripafdeling. Hij werkt onder meer mee aan de bekende strips ‘Kappie’, ‘Tom Poes’ en ‘Hiawatha’. Na een jaar of vier verlaat hij Toonder, werkt een jaartje bij Joop Geesink maar kiest uiteindelijk voor het freelance bestaan. Hij tekent strips als ‘Erik en Opa’(ooit begonnen als ‘Bartje en Opa’ in de Stadskrant) en ‘Polletje Pluim’(overgenomen van Dick Matena). Jan werkt in die tijd voor stripbladen als De Vrije Balloen en Donald Duck Magazine.

1970 (1) De jaren ’70 – Bizarre Baron

In 1972 verschijnt ‘Baron van Tast’, geschreven door Lo Hartog van Banda (auteur van Ti-Ta Tovenaar), in PEP. De strip is een fantastische uitlaatklep voor Jans bizarre ideeën. De wereld van de Baron is nooit wat het lijkt en vooral in de achtergronden kan Jan zich helemaal uitleven. Veel van Jans typische kenmerken, zoals de handjes en de haaienvin, vinden hun oorsprong in dit werk.

1970 (2) De jaren ’70 – Bommen en granaten

Tussen 1973 en 1975 verschijnt Jans strip ‘Tinus Trotyl’ in het jeugdblad SJORS. De strip wordt geschreven door Philip Sohier. Bij het samengaan van PEP en SJORS tot het nieuwe blad EPPO in 1975, verdwijnt ‘Baron van Tast’ tot Jans grote spijt van het toneel. De redactie kiest voor de bommen- en granatenkoning ‘Tinus Trotyl’. Als de bomaanslagen in Ierland beginnen, vindt Jan het ongepast om door te gaan met de Tinus-strip. Hij richt zich op de strips ‘Oom Arie op safari’ (Donald Duck), ‘Erik & Opa’(JIPPO) en ‘Sjaak en Oom George’(KRO-gids).

1970 (3) De jaren ’70 – Citroenen zoeken

Steeds vaker wordt Jan gevraagd illustraties te maken voor reclamedoeleinden. Bernard Fienieg, een enorme fan van ‘Baron van Tast’, vraagt Jan een kijkplaat te maken voor Bokma citroenjenever. De eerste poster wordt ‘het Café’, een vrolijke bende waar de biljartbal van de tafel vliegt en er overal citroenen zijn verstopt. De plaat is een enorm succes. De kunst werd om één fles citroenjenever te kopen en zoveel mogelijk posters mee te nemen! Naar aanleiding van die citroenjeneverposter komen meer reclamebureaus met opdrachten. Jan maakt cartoontekeningen, strips en af en toe een poster.

1980 De jaren ’80 – Van poster naar puzzel

Via een agentschap doet Jan in de jaren ‘80 een gooi naar opdrachten voor Jumbo. Zonder succes: Jumbo vindt Jans illustraties te klein en dus niet geschikt voor puzzels. Tot Jumbo de grote posters ziet… Dan stijgt het enthousiasme en gaat de bal rollen. De eerste Jan van Haasterenpuzzels (zoals ‘Olympics’ en ‘Some like it hot’) zijn in feite gerecyclede posters. ‘Some like it hot’ was oorspronkelijk een poster voor een Duits bedrijf in airconditioning en brandbeveiliging. Het is een scene in een garage waar de airco niet werkt en de mensen de vreemdste dingen doen om maar af te koelen. Al snel gaat Jan speciaal voor de puzzels tekenen. Er ontstaat een prima samenwerking en Jan ontwikkelt samen met Jumbo nieuwe ideeën. Jaar na jaar verschijnen er nieuwe puzzels.

2000 tot Heden – Nog steeds actief

Jan woont in Bergen (NH) en tekent nog elke dag in zijn atelier.

Voor Koninklijk Jumbo BV tekent hij ongeveer drie legpuzzelplaten per jaar. Op dit moment zijn er zo’n  100  Jumbo-puzzels van Jan van Haasteren in omloop. In iedere plaat zijn kenmerkende elementen van Jan terug te vinden; zoals de haaienvin, Sinterklaas, het kunstgebit en nog heel veel meer .. Jan heeft meer dan 40 specifieke kenmerken!

Hoe werkt Jan?

Eerst het onderwerp

“Hoe ik begin? Nou, ik heb altijd wel wat losse ideetjes. Schetsjes van gekke dingen die elke dag wel in mijn kop opkomen. Jumbo heeft ook ideeën en die bespreken we dan. Maar in principe ben ik helemaal vrij om een onderwerp te kiezen.”

Onderzoeken en schetsen

“Zo’n idee werk ik uit in een gedetailleerde potloodschets. Daarbij doe ik de nodige research. Voor de Tour de France puzzel heb ik bijvoorbeeld wat foldertjes gehaald bij de plaatselijke fietshandel. Maar het meeste vond ik te modern. Het is veel leuker om alle renners in van die ouderwetse outfits te tekenen. Ik probeer het gevoel uit mijn jeugd weer te geven, als de Ronde van Schiedam werd gehouden. De toenmalige Nederlands kampioen Wim van Est reed mee en de hele straat stond te schreeuwen als hij langsreed. Wim deed het voor de lol. Het was een hot item om zo’n beroemde man te zien rijden in zijn regenboogtrui. Zo’n kleine kerel met van die donkere pit-ogen. Geweldig!

Uitvergroten en perfectioneren

“De potloodschets inkt ik met de fijnste Rotring pen. Dan laat ik een kopie maken, op grootte van een puzzel. Op een lichtbak trek ik de uitvergrootte schets weer over in potlood, waarbij ik allerlei details en grapjes kan toevoegen. Die potloodtekening span ik op, waarna ik hem kan inkten met Oost Indische inkt en inkleuren met ecoline.

Afscheid nemen

“Over één zo’n plaat doe ik iets langer dan drie maanden.  Als hij helemaal klaar is, geïnkt, ingekleurd en wel, laat ik hem nog een weekje liggen. Ik zie altijd nog wel een stipje hier en een lijntje daar wat er nog bij kan. Zo’n plaat gaat je niet vervelen en het is moeilijk afscheid nemen, maar op een gegeven moment moet hij toch de deur uit. Van elke plaat ontvang ik netjes een puzzelexemplaar, het bewijs dat hij ook echt uitgevoerd is. Ik maak tegenwoordig drie platen per jaar voor Jumbo, de ideeën voor nieuwe platen blijven altijd boven borrelen!”


Ben je benieuwd hoe Jumbo puzzels maakt? Lees dan verder op onze pagina ‘In onze fabriek’.

 

Wist je dat?


Jan ook tekent voor het blaadje van de plaatselijke schaakvereniging waarvan hij al jaren lid is?

Jan er een paar jaar geleden achter kwam dat hij een ‘verzameltik’ heeft?
Hij bewaart alles! Zodra hij een tekening af heeft, maakt hij er nog precies zo een voor zichzelf omdat de andere de deur uitgaat. In de loop der jaren ontstonden zo stapels schetsen en tekeningen! Zijn ‘carrièremapje’ (inmiddels al vier delen) bevat elke brief die hij ooit verstuurde of ontving. Ook zijn oude rapporten heeft hij bewaard, net als alle fanmail. Briefjes van kleine en grote fans zitten allemaal op volgorde in mappen. Jan kent elke brief en weet direct het achterliggende verhaal te vertellen.

alle tekeningen die Jan voor Jumbo maakt worden gedigitaliseerd?
Zo blijven ze voor altijd mooi. Oude platen hebben soms verbleekte kleuren. Jan lapt de platen helemaal op en werkt ze bij. Daarna worden ook die oude platen digitaal opgeborgen.

Jan wordt achtervolgd door een zwarte kat?
ooit tekende Jan een hele rare dikke zwarte kat als figuurtje voor een Japanse opdrachtgever. Dat project is nooit doorgegaan, maar de dikke kat blijft hem achtervolgen. Jan heeft iets met dat beest en dan te bedenken dat hij eigenlijk allergisch is voor katten… Die dikke zwarte zit bijna nooit in de puzzels (hij neemt te veel ruimte in…) maar zijn halfbroers altijd.

Jan soms zelf in zijn puzzels of strips figureert?
Jan tekent in principe altijd zelfverzonnen figuurtjes, geen bekenden. Maar heel soms tekent hij zichzelf. Zo kun je Jan bijvoorbeeld vinden in de puzzel ‘De vertrekhal’ en soms in de achtergrond van zijn strips. Vooral in de laatste strips ‘Sjaak en Oom George’ zie je Jan wel eens langslopen met zijn hond. Het ‘Hitchcock-effect’, noemt Jan dat, naar de beroemde regisseur die zichzelf vaak een piepklein rolletje in zijn films gaf.

…Jan zelf nooit puzzelt?                                                                                                            

Wel weet hij nog van elke tekening exact welk stukje waar thuishoort, tot zijn eigen verbazing. Hij weet zelfs nog hoe hij op zijn ideeën kwam! En dat van alle puzzels!

Jan dol is op de goedheiligman?

Op elke tribune of in elke mensenmassa probeert Jan een Sinterklaasfiguur te stoppen. Als een soort ‘Made in Hollandgevoel’, zegt hij zelf. Niet zo’n gek idee als je puzzels zelfs in Japan verschijnen!